Jaarverslag 2016/17
 
 

PDF & PRINT

Downloaden
 
 
6

Toelichting behorende tot de geconsolideerde jaarrekening

voeg toe aan selectie

 
 
noot
1

Verslaggevende entiteit

Brocacef Groep NV (‘de Vennootschap’) is een groep van ondernemingen, actief op het gebied van de gezondheidszorg. De statutaire zetel is te Maarssen, Straatweg 2. De Vennootschap is ingeschreven in het handelsregister te Utrecht onder nummer 30.122.110. De geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap over het boekjaar eindigend op 31 januari 2017 heeft betrekking op Brocacef Groep NV, haar dochterondernemingen (tezamen te noemen de ‘Groep’ en afzonderlijk de ‘groepsentiteiten’) en de belangen van de Groep in geassocieerde deelnemingen en entiteiten waarover gezamenlijke zeggenschap wordt uitgeoefend.

De aandelen van de Vennootschap worden voor 55% gehouden door PHOENIX Pharmahandel GmbH & Co K.G. (indirect via PHOENIX PIB Dutch Holding BV) en voor 45% door Celesio AG.

De kernactiviteit van Brocacef Groep NV is de distributie van geneesmiddelen en medische producten en de ontwikkeling en implementatie van zorg- en retailconcepten. De belangrijkste klanten zijn apothekers, apotheekhoudende huisartsen, zieken- en verpleeghuizen, leveranciers, zorgverzekeraars en consumenten.

noot
2

Gehanteerde grondslagen bij de opstelling van de jaarrekening

(a)

Overeenstemmingsverklaring

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard door de Europese Unie (‘IFRS’) zoals deze bij aanvang van het boekjaar van toepassing waren. De enkelvoudige jaarrekening is opgesteld volgens Titel 9 BW 2 met gebruik van de waarderingsgrondslagen zoals uiteengezet in de geconsolideerde jaarrekening. Ten aanzien van de enkelvoudige winst-en-verliesrekening van de Vennootschap is gebruik­gemaakt van de vrijstelling ingevolge artikel 2:402 Boek 2 BW.

De raad van commissarissen heeft de conceptjaarrekening met de groepsdirectie besproken. In vervolg daarop heeft de groepsdirectie de jaarcijfers op 15 mei 2017 vrijgegeven voor publicatie. Het jaarverslag 2016/17 zal aan de algemene vergadering van aandeelhouders ter vaststelling worden voorgelegd.

(b)

Waarderingsbasis

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kosten tenzij anders vermeld.

(c)

Functionele valuta en presentatievaluta

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s; dit is de functionele valuta van de Vennootschap. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

(d)

Gebruik van schattingen en oordelen

De opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen.

De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schattingen worden herzien en in toekomstige perioden waarin de herziening gevolgen heeft.

  • Informatie over veronderstellingen en schattingsonzekerheden die naar de mening van de groepsdirectie het meest kritisch zijn voor het weergeven van de financiële positie en een subjectieve of complexe beoordeling van het management vragen, zijn opgenomen in de volgende onderdelen van de toelichting:
(e)

Wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving

In 2016 zijn diverse wijzigingen in bepaalde standaarden en wijzigingen doorgevoerd, die echter geen gevolgen hebben voor de geconsolideerde jaarrekening. Het betreft hier de volgende nieuwe standaards, wijzigingen en/of interpretaties:

  • IFRS 14 (overlopende posten uit hoofde van tariefregulering), van kracht per 1 januari 2016
  • Wijzigingen in IFRS 11 (gezamenlijke overeenkomsten) – Administratieve verwerking van overnames van belangen in Joint Operations, van kracht per 1 januari 2016
  • Wijzigingen in IAS 16 (materiële vaste activa) en IAS 38 (immateriële vaste activa) – Verduidelijking van de aanvaardbare methoden van afschrijvingen en waardeverminderingen, van kracht per 1 januari 2016
  • Wijzigingen in IAS 16 (materiële vaste activa) en IAS 41 (landbouw) – vruchtdragende planten, van kracht per 1 januari 2016
  • Wijzigingen in IAS 27 De enkelvoudige jaarrekening – Vermogensmutaties in de enkelvoudige jaarrekening, van kracht per 1 januari 2016
  • Jaarlijkse verbeteringen in IFRS – 2012-2014 cyclus (gepubliceerd september 2014), van kracht per 1 januari 2016
  • Wijzigingen in IAS 1 (presentatie van de jaarrekening) – Initiatief op het gebied van de informatieverschaffing, van kracht per 1 januari 2016
  • Wijzigingen in IFRS 10 (de geconsolideerde jaarrekening) en IAS 28 (belangen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures) – Verkoop van of bijdrage aan activa tussen een investeerder en de geassocieerde deelneming of Joint Venture, van kracht per 1 januari 2016
  • Wijzigingen in IFRS 10, IFRS 12 en IAS 28 – investeringsmaatschappijen: toepassing van de uitzondering van consolidatie
noot
3

Belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving

De hierna uiteengezette grondslagen voor de financiële verslaggeving zijn consequent toegepast op alle gepresenteerde perioden in deze geconsolideerde jaarrekening en zijn tevens consequent toegepast door de groepsentiteiten.

(a)

Consolidatiegrondslagen

(i)

Bedrijfscombinaties

Bedrijfscombinaties worden verwerkt op basis van de overnamemethode per de overnamedatum, dat wil zeggen de datum waarop de zeggenschap overgaat naar de Groep. Er is sprake van zeggenschap als de Groep de mogelijkheid heeft om het financiële en operationele beleid van een entiteit te bepalen teneinde voordelen te verkrijgen uit de activiteiten van de entiteit. Bij de beoordeling van zeggenschap houdt de Groep rekening met potentiële stemrechten die op dat moment uitoefenbaar zijn.

De Groep waardeert de goodwill per de overnamedatum als:

  • de reële waarde van de overgedragen vergoeding; plus
  • het opgenomen bedrag van eventuele minderheidsbelangen in de overgenomen partij; plus
  • indien de bedrijfscombinatie in fasen plaatsvindt, de reële waarde van het voorafgaande belang in de overgenomen partij; verminderd met
  • de reële waarde (over het algemeen het nettobedrag) van de identificeerbare verworven activa en aangegane verplichtingen

Indien het verschil negatief is, wordt onmiddellijk een boekwinst uit een voordelige koop in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

Door de Groep gemaakte transactiekosten in verband met een bedrijfscombinatie worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening wanneer zij worden gemaakt.

De reële waarde van een voorwaardelijke vergoeding wordt op overnamedatum opgenomen. Indien die voorwaardelijke vergoeding wordt geclassificeerd als eigen vermogen, vindt geen latere herwaardering plaats en wordt de afwikkeling verantwoord binnen het eigen vermogen. In andere gevallen worden wijzigingen na eerste opname in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

(ii)

Verantwoording van verwerving van minderheidsbelangen

Verworven minderheidsbelangen worden verwerkt als transacties met eigenaars in hun capaciteit als eigenaars en er wordt uit hoofde van dergelijke transacties geen goodwill opgenomen. De aanpassingen van de minderheidsbelangen uit hoofde van transacties waarbij geen sprake is van verlies van zeggenschap zijn gebaseerd op een evenredig bedrag van de netto-activa van de dochteronderneming.

(iii)

Dochterondernemingen

Dochterondernemingen zijn die entiteiten waarover de Groep zeggenschap heeft. De jaarreke­ningen van dochterondernemingen zijn in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum waarop voor het eerst sprake is van zeggenschap tot aan het moment waarop deze eindigt. De grondslagen voor financiële verslaggeving van dochterondernemingen zijn waar nodig aangepast aan de door de Groep gehanteerde grondslagen. Verliezen in verband met minderheidsbelangen in dochterondernemingen worden toegerekend aan de minderheids­belangen, zelfs als hierdoor bij de minderheidsbelangen een tekort ontstaat.

(iv)

Verlies van zeggenschap

Bij verlies van zeggenschap worden de activa en verplichtingen van de dochteronderneming, eventuele minderheidsbelangen en overige met de dochteronderneming samenhangende vermogenscomponenten niet langer in de balans verantwoord. Het eventuele overschot of tekort op het verlies van zeggenschap wordt opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Indien de Groep een belang behoudt in de voormalige dochteronderneming, wordt dat belang tegen de reële waarde verantwoord per de datum dat niet langer sprake was van zeggenschap. Het belang wordt na eerste opname verantwoord als een investering verwerkt volgens de ‘equity’-methode of als financieel actief beschikbaar voor verkoop, afhankelijk van de mate van behouden invloed.

(v)

Geassocieerde deelnemingen

Een geassocieerde deelneming is een entiteit waarbij de groep door haar belang invloed van betekenis kan uitoefenen op de financiële en beleidsbeslissingen van de deelneming, maar geen zeggenschap heeft. Investeringen in geassocieerde deelnemingen worden verantwoord op basis van de ‘equity’-methode, samen met de goodwill waarvan bij acquisitie sprake was, onder aftrek van eventuele waardeverminderingen van individuele investeringen.

Voor het bepalen van de waarde van deze deelnemingen volgens de ‘equity-’methode worden de waarderings- en resultaatbepalingsgrondslagen van de groep gehanteerd. De eerste waardering van gekochte deelnemingen is tegen kostprijs, waarbij binnen de kosten een allocatie plaatsvindt volgens de reële waarde van de netto-activa op het moment van acquisitie. Voor vervolgwaardering gaat de Vennootschap uit van de op deze manier bepaalde reële waarde.

De resultaten van de geassocieerde deelnemingen worden bepaald in overeenstemming met de waarderingsgrondslagen van de Vennootschap. Voor deze deelnemingen wordt een evenredig aandeel in het resultaat getoond gebaseerd op de ‘equity’-methode. Uitkeringen die van geassocieerde deelnemingen worden ontvangen, verlagen de boekwaarde van de investering.

Wanneer het aandeel van de Vennootschap in de verliezen groter is dan de waarde van het belang in de geassocieerde deelneming, wordt de boekwaarde van de entiteit afgeboekt tot nihil en worden verdere verliezen niet meer in aanmerking genomen, behalve voor zover de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting is aangegaan of betalingen hebben verricht namens een geassocieerde deelneming. Transacties met onze geassocieerde deelnemingen vinden plaats tegen marktconforme condities.

(vi)

Eliminatie intercompany-transacties

Intragroepssaldi en -transacties, alsmede eventuele niet-gerealiseerde winsten en verliezen op transacties binnen de Groep of baten en lasten uit dergelijke transacties worden bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening geëlimineerd. Niet-gerealiseerde winsten uit hoofde van transacties met investeringen verwerkt volgens de ‘equity’-methode worden geëlimineerd naar rato van het belang dat de Groep in de investering heeft. Niet-gerealiseerde verliezen worden op dezelfde wijze geëlimineerd als niet-gerealiseerde winsten, maar slechts voor zover er geen aanwijzing is voor een bijzondere waardevermindering.

(b)

Omrekening naar vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta

Handelstransacties en balansposities in vreemde valuta’s van individuele ondernemingen worden in de functionele valuta vastgelegd in de lokale administratie tegen de geldende dagkoers. Monetaire activa en verplichtingen die zijn uitgedrukt in vreemde valuta’s worden omgerekend tegen de valutakoers per balansdatum. Hieruit voortvloeiende omrekeningsverschillen en koersverschillen voortvloeiend uit de afwikkeling van dergelijke transacties worden in het resultaat verwerkt.

(c)

Financiële instrumenten

Niet-afgeleide financiële activa

Leningen en vorderingen worden door de Groep bij eerste opname verwerkt op de datum waarop deze ontstaan. Bij alle overige financiële activa (inclusief activa die zijn aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening) vindt de eerste opname plaats op de transactiedatum waarop de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument.

De Groep neemt een financieel actief niet langer op in de balans als de contractuele rechten op de kasstromen uit het actief aflopen, of als de Groep de contractuele rechten op de ontvangst van de kasstromen uit het financieel actief overdraagt door middel van een transactie waarbij nagenoeg alle aan het eigendom van dit actief verbonden risico’s en voordelen worden overgedragen. Indien de Groep een belang behoudt of creëert in de overgedragen financiële activa, dan wordt dit belang afzonderlijk als actief of verplichting opgenomen.

Financiële activa en verplichtingen worden gesaldeerd en het resulterende nettobedrag wordt uitsluitend in de balans gepresenteerd indien de Groep een wettelijk afdwingbaar recht heeft op deze saldering en indien zij voornemens is om te salderen op netto basis dan wel het actief en de verplichting gelijktijdig te realiseren.

De Groep onderscheidt de volgende aangehouden niet-afgeleide financiële activa: financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, tot einde looptijd aangehouden financiële activa, leningen en vorderingen en voor verkoop beschikbare financiële activa.

Leningen en vorderingen

Leningen en vorderingen zijn financiële instrumenten met vaste of bepaalbare betalingen, die niet op een actieve markt zijn genoteerd. Dergelijke activa worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde plus eventuele direct toerekenbare transactiekosten. Na eerste opname worden leningen en vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve-rentemethode verminderd met eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen.

Leningen en vorderingen bestaan uit handels- en overige vorderingen.

Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit kas- en banksaldi en worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

Niet-afgeleide financiële verplichtingen

De eerste opname van achtergestelde leningen door de Groep vindt plaats op de datum waarop deze ontstaan. Bij alle overige financiële verplichtingen (inclusief verplichtingen die zijn aangemerkt als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening) vindt de eerste opname plaats op de transactiedatum. De transactiedatum is de datum waarop de Groep zich verbindt aan de contractuele bepalingen van het instrument.

De Groep neemt een financiële verplichting niet langer op in de balans zodra aan de prestatie ingevolge de verplichting is voldaan, deze is opgeheven of is verlopen.

Financiële activa en verplichtingen worden gesaldeerd en het resulterende nettobedrag wordt uitsluitend in de balans gepresenteerd indien de Groep een wettelijk afdwingbaar recht heeft op deze saldering, en indien zij voornemens is om te salderen op netto basis dan wel het actief en de verplichting gelijktijdig te realiseren.

De Groep classificeert de aangehouden niet-afgeleide financiële verplichtingen onder de categorie overige financiële verplichtingen. Dergelijke passiva worden bij eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde plus eventuele direct toerekenbare transactiekosten. Na eerste opname worden deze financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve-rentemethode. Overige financiële verplichtingen bestaan uit leningen en overige financieringsverplichtingen, rekening-courantkredieten banken, handelsschulden en overige te betalen posten.

Rekening‑courantkredieten die direct opeisbaar zijn en die een integraal deel van het middelenbeheer van de Groep vormen, maken in het kasstroomoverzicht deel uit van geldmiddelen en kasequivalenten.

(d)

Eigen vermogen

Voor een verloopoverzicht van het eigen vermogen wordt verwezen naar het geconsolideerd mutatieoverzicht van het eigen vermogen.

(i)

Aandelenkapitaal

Gewone aandelen

Gewone aandelen worden geclassificeerd als eigen vermogen. De Vennootschap heeft twee soorten gewone aandelen, aandelen A en aandelen B. Alle aandelen zijn primair gelijk in rang met betrekking tot de resterende activa van de Vennootschap en de houders van aandelen zijn gerechtigd tot dividend zoals dit van tijd tot tijd wordt vastgesteld.

De marginale kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de uitgifte van gewone aandelen worden verwerkt als aftrekpost op het eigen vermogen, na aftrek van eventuele fiscale effecten.

(ii)

Statutaire reserves

Statutaire reserve

Statutaire reserve heeft betrekking op het eigen vermogen van Brocacef Ziekenhuisfarmacie BV en wordt jaarlijks gedoteerd met 1% indien en zover het resultaat dit toelaat.

(iii)

Overige reserves

Pensioenreserve

De Groep neemt alle actuariële winsten en verliezen en mogelijke effecten uit de asset ceiling in verband met toegezegd-pensioenregelingen op als niet gerealiseerde mutaties in het totaalresultaat in het eigen vermogen onder de pensioenreserve.

Overige reserve

De overige reserves bestaan uit vrij uitkeerbare winstreserves.

(e)

Materiële vaste activa

(i)

Opname en waardering

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen.

In de kostprijs zijn de kosten begrepen die direct toerekenbaar zijn aan de verwerving van het actief. De kostprijs van zelf vervaardigde activa omvatten materiaalkosten, directe arbeidskosten en eventuele andere kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan het gebruiksklaar maken van het actief, de eventuele kosten van ontmanteling en verwijdering van het actief alsmede de herstelkosten van de locatie waar het actief zich bevindt. Aangeschafte software die complementair is aan de functionaliteit van de daarmee samenhangende apparatuur wordt geactiveerd als onderdeel van de betreffende apparatuur.

Wanneer materiële vaste activa bestaan uit onderdelen met een ongelijke gebruiksduur, worden deze als afzonderlijke posten (belangrijke componenten) onder de materiële vaste activa opgenomen.

Winst of verlies op de verkoop van een materieel vast actief wordt vastgesteld aan de hand van een vergelijking van de verkoopopbrengsten met de boekwaarde van de materiële vaste activa en wordt netto verantwoord onder overige bedrijfsopbrengsten/-kosten in de winst-en-verlies­rekening.

(ii)

Kosten na eerste opname

De kostprijs van de vervanging van een deel van een materieel vast actief wordt in de boekwaarde van dat actief opgenomen indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen met betrekking tot het actief aan de Groep zullen toekomen en de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald. De boekwaarde van het vervangen onderdeel wordt niet langer in de balans opgenomen. De kosten van het dagelijkse onderhoud van materiële vaste activa worden als last in de winst-en-verliesrekening opgenomen wanneer zij worden gemaakt.

(iii)

Afschrijvingen

Afschrijvingen worden gebaseerd op de kostprijs van een actief, verminderd met zijn restwaarde. Belangrijke componenten van individuele activa worden apart beoordeeld. Als een component een gebruiksduur heeft die afwijkt van de rest van dat actief, wordt dat component apart afgeschreven. Afschrijvingen worden ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht volgens de lineaire methode op basis van de geschatte gebruiksduur van ieder component van een materieel vast actief. Tenzij het redelijkerwijs zeker is dat de Groep geleasede activa aan het einde van de leasetermijn in eigendom zal nemen, worden deze afgeschreven over de termijn van de leaseovereenkomst of de gebruiksduur, afhankelijk van welke korter is. Op grond wordt niet afgeschreven.

De geschatte gebruiksduur voor de huidige en vergelijkbare periodes luidt als volgt:

– Gebouwen : 25-50 jaar
– Machines en installaties : 4 – 14 jaar
– Inventaris : 5 – 10 jaar
– Belangrijke componenten : 3 – 5 jaar

Afschrijvingsmethoden, gebruiksduur en restwaarden worden iedere rapportagedatum opnieuw geëvalueerd en, indien noodzakelijk, aangepast. Gedurende het boekjaar zijn geen schattingen bijgesteld met betrekking tot materiële vaste activa.

(f)

Vastgoedbeleggingen

De onderneming houdt vastgoed dat niet direct ten dienste staat aan de normale bedrijfsvoering en uit dien hoofde is geclassificeerd als vastgoedbelegging.

Vastgoedbeleggingen worden bij de eerste opname tegen kostprijs gewaardeerd en worden na eerste opname jaarlijks afgeschreven, gebaseerd op de waarde bij de eerste opname van het actief, de restwaarde en de verwachte levensduur, en verminderd met eventuele cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De geschatte gebruiksduur voor de huidige en vergelijkbare periodes luidt als volgt:

Vastgoedbeleggingen : 10 – 25 jaar
(g)

Immateriële activa

(i)

Goodwill

Goodwill die voortvloeit uit de verwerving van dochterondernemingen wordt verantwoord onder immateriële activa.

Waardering na eerste opname

Goodwill wordt gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. De boekwaarde van de goodwill van investeringen verwerkt volgens de ‘equity’-methode wordt opgenomen in de boekwaarde van de betreffende investering. Een bijzonder waardeverminderingsverlies op een dergelijke investering wordt niet toegerekend aan enig actief, inclusief goodwill, dat onderdeel is van de boekwaarde van de investering verwerkt volgens de ‘equity’-methode.

(ii)

Klantrelaties

De reële waarde van in een bedrijfscombinatie verworven klantrelaties wordt bepaald aan de hand van de ‘excess earnings’-methode over meerdere perioden, waarbij het bewuste actief wordt gewaardeerd onder aftrek van een reëel rendement op alle andere activa die gezamenlijk de daarmee samenhangende kasstromen creëren.

De reële waarde van klantrelaties is gebaseerd op de verwachte contante waarde van de kasstroom. De geschatte gebruiksduur voor de huidige en vergelijkbare periodes luidt als volgt:

– Klantrelaties : 2,5 – 10 jaar
(iii)

Overige immateriële activa

Overige immateriële vaste activa met een eindig bestaan/gebruiksduur zoals software en websites worden gewaardeerd tegen de kostprijs minus geaccumuleerde afschrijvingen en geaccumuleerde bijzondere waardeverminderingen. Afschrijvingen worden verantwoord als kosten en op lineaire basis bepaald over de verwachte gebruiksduur, die op drie tot vijf jaar wordt geschat voor de categorie software en websites. De restwaarde en de gebruiksduur worden aan het eind van ieder jaar beoordeeld. Bij herziening van eerdere verwachtingen worden de wijzigingen verwerkt als een schattingswijziging in overeenstemming met IAS 8.

De geschatte gebruiksduur voor de huidige en vergelijkbare periodes luidt als volgt:

– Software : 3 jaar
– Websites : 5 jaar
(h)

Voorraden

De waardering van voorraden (goederen in bewerking, gereed product en handelsvoorraden) geschiedt tegen de verkrijgingsprijs op basis de ‘first in first out’ methode of lagere opbrengstwaarde. Vrachtkosten, accijnzen, kortingen, bonussen, productie- en ompakkosten maken, voor zover direct herleidbaar naar de voorraad, deel uit van de inkoopprijs. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening, verminderd met de geschatte directe kosten van voltooiing en de verkoopkosten.

(i)

Bijzondere waardeverminderingen

(i)

Niet-afgeleide financiële activa

Een financieel actief dat niet tegen reële waarde wordt verwerkt in de winst-en-verliesrekening, wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht onderhevig te zijn aan een bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat na de eerste opname van het actief zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die een negatief effect heeft gehad op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt.

Objectieve aanwijzingen dat financiële activa onderhevig zijn aan een bijzondere waardevermindering omvatten het niet nakomen van betalingsverplichtingen en achterstallige betalingen door een debiteur, herstructurering van een aan de Groep toekomend bedrag onder voorwaarden die de Groep anders niet zou hebben overwogen, aanwijzingen dat een debiteur of emittent failliet zal gaan, nadelige veranderingen in de betalingsstatus van debiteuren of emittenten binnen de Groep, economische omstandigheden die gepaard gaan met wanbetalingen en het verdwijnen van een actieve markt voor een bepaald effect.

Leningen en vorderingen en tot einde looptijd aangehouden effecten

Aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen van vorderingen worden door de Groep zowel op het niveau van specifieke activa als op collectief niveau in aanmerking genomen. Van alle individueel significante vorderingen en beleggingen in tot einde looptijd aangehouden effecten wordt beoordeeld of deze specifiek onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering.

Alle individueel significante leningen en vorderingen waarvan wordt bepaald dat deze niet specifiek onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering worden vervolgens collectief beoordeeld op een eventuele waardevermindering die zich al heeft voorgedaan maar nog niet is vastgesteld. Van individueel niet significante leningen en vorderingen wordt collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering door samenvoeging van leningen en vorderingen en tot einde looptijd aangehouden beleggingen met vergelijkbare risicokenmerken.

Bij de beoordeling van de collectieve waardevermindering gebruikt de Groep historische trends met betrekking tot de waarschijnlijkheid van het niet nakomen van betalingsverplichtingen, het tijdsbestek waarbinnen incassering plaatsvindt en de hoogte van gemaakte verliezen. De uitkomsten worden bijgesteld als het management van oordeel is dat de huidige economische en kredietomstandigheden zodanig zijn dat het waarschijnlijk is dat de daadwerkelijke verliezen hoger dan wel lager zullen zijn dan historische trends suggereren.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd financieel actief wordt berekend als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Verliezen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening en worden tot uitdrukking gebracht in een voorzieningsrekening voor leningen en vorderingen. Rente op het aan een bijzondere waardevermindering onderhevige actief blijft worden opgenomen. Wanneer een gebeurtenis na balansdatum (bijvoorbeeld betaling door een debiteur) leidt tot een verlaging van de bijzondere waardevermindering, wordt deze verlaging teruggenomen via de winst-en-verliesrekening.

(ii)

Niet-financiële activa

De boekwaarde van de niet-financiële activa van de Groep, uitgezonderd voorraden en latente belastingvorderingen, wordt op iedere verslagdatum opnieuw bezien om te bepalen of er aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen. Indien dergelijke aanwijzingen bestaan, wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het actief. Van goodwill en immateriële activa met een onbepaalde gebruiksduur of die nog niet gebruiksklaar zijn, wordt ieder jaar op dezelfde datum een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt opgenomen als de boekwaarde van een actief of de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is dan de geschatte realiseerbare waarde.

Voor een actief of een kasstroom genererende eenheid is de realiseerbare waarde de hoogste van de gebruikswaarde of de reële waarde minus verkoopkosten. Bij het bepalen van de gebruikswaarde wordt de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen berekend met behulp van een disconteringsvoet vóór belasting die een afspiegeling is van zowel de actuele markttaxaties van de tijdswaarde van geld als van de specifieke risico’s met betrekking tot het actief of de kasstroom genererende eenheid. Voor de toetsing op bijzondere waarde­verminderingen worden activa die niet individueel getoetst kunnen worden samengevoegd in de kleinste te onderscheiden groep activa die uit voortgaand gebruik kasstromen genereert die in grote lijnen onafhankelijk zijn van de inkomende kasstromen van andere activa of kasstroom genererende eenheden. Met inachtneming van de maximale omvang ter grootte van een operationeel segment (‘operating segment ceiling test’), worden kasstroom genererende eenheden waaraan goodwill is toegerekend voor de toetsing van goodwill op bijzondere waardevermindering dusdanig samengevoegd dat het niveau waarop op bijzondere waardevermindering wordt getoetst een afspiegeling is van het laagste niveau waarop goodwill wordt bewaakt uit hoofde van interne verslaggeving. De in een bedrijfscombinatie verworven goodwill wordt toegerekend aan groepen kasstroom genererende eenheden die naar verwachting zullen profiteren van de synergievoordelen van de combinatie.

De bedrijfsactiva van de Groep genereren geen afzonderlijke kasstromen en worden gebruikt door meer dan één kasstroom genererende eenheid. De bedrijfsactiva worden op redelijke en consistente basis aan de kasstroom genererende eenheden toegerekend en op bijzondere waardevermindering getoetst als onderdeel van de toets van de kasstroom genererende eenheid waaraan het bedrijfsactief is toegerekend.

Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen met betrekking tot kasstroom genererende eenheden worden eerst in mindering gebracht op de boekwaarde van eventueel aan de (groep) eenheden toegerekende goodwill en vervolgens naar rato in mindering gebracht op de boekwaarde van de overige activa van de eenheid (of groep eenheden).

Met betrekking tot goodwill worden geen bijzondere waardeverminderingsverliezen teruggenomen. Voor andere activa worden in voorgaande perioden opgenomen bijzondere waardeverminderingsverliezen op iedere verslagdatum beoordeeld op signalen dat het verlies afgenomen is of niet langer bestaat. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt terug­genomen als de schattingen zijn veranderd aan de hand waarvan de realiseerbare waarde was bepaald. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt uitsluitend teruggenomen voor zover de boekwaarde van het actief niet hoger is dan de boekwaarde, na aftrek van afschrijvingen of amortisatie, die zou zijn vastgesteld als geen bijzonder waardeverminderingsverlies was opgenomen.

(j)

Activa aangehouden voor verkoop

Activa (of groepen activa en verplichtingen die worden afgestoten) waarvan de boekwaarde naar verwachting hoofdzakelijk via een verkooptransactie zal worden gerealiseerd en niet door het voortgezette gebruik ervan, worden aangemerkt als ‘voor verkoop of distributie aangehouden’. Direct voorafgaand aan deze classificatie worden de activa (of de componenten van een groep activa die wordt afgestoten) opnieuw gewaardeerd in overeenstemming met de grondslagen voor de financiële verslaggeving van de Groep. Hierna worden de activa (of een groep af te stoten activa) over het algemeen gewaardeerd op basis van de boekwaarde, of, indien deze lager is, de reële waarde minus verkoopkosten. Een bijzonder waardeverminderingsverlies op een groep af te stoten activa wordt in eerste instantie toegerekend aan goodwill en vervolgens naar rato aan de resterende activa en verplichtingen, met dien verstande dat geen bijzonder waardeverminderingsverlies wordt toegerekend aan voorraden, financiële activa, latente belastingvorderingen en personeelsgerelateerde voorzieningen, die verder in overeenstemming met de grondslagen van de Groep gewaardeerd worden. Bijzondere waardeverminderingsverliezen die voortvloeien uit de aanvankelijke classificatie als aangehouden voor verkoop of distributie en winsten of verliezen uit hernieuwde waardering na eerste opname worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen. Indien de betreffende boekwinst het geaccumuleerd bijzonder waardeverminderingsverlies overstijgt wordt dit verschil niet opgenomen.

Eenmaal aangemerkt als voor verkoop of distributie aangehouden, worden immateriële en materiële activa niet geamortiseerd of afgeschreven. Aanvullend houdt bij investeringen verwerkt volgens de ‘equity’-methode de waardering volgens de ‘equity’-methode op als deze investeringen eenmaal zijn aangemerkt als voor verkoop of distributie aangehouden.

(k)

Personeelsbeloningen

(i)

Toegezegd-bijdrageregelingen

Een toegezegd-bijdrageregeling is een regeling inzake vergoedingen na uitdiensttreding waarbij een entiteit vaste bijdragen afdraagt aan een aparte entiteit, en geen in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft om verdere bijdragen te betalen. Verplichtingen in verband met bijdragen aan pensioenregelingen op basis van toegezegde bijdragen worden als personeels-beloningslasten in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de periode waarin de werknemers de gerelateerde prestaties verrichten.

(ii)

Andere langetermijn personeelsbeloningen

De nettoverplichting van de Groep uit hoofde van lange termijn personeelsbeloningen die geen pensioenregeling betreffen heeft betrekking op overige aanspraken (zoals jubileumuitkeringen) die werknemers hebben opgebouwd. Deze lange termijn personeelsbeloningen worden gedisconteerd om de contante waarde te bepalen.

De disconteringsvoet is het rendement per verslagdatum van obligaties met een waardering van de kredietwaardigheid van AA waarvan de looptijd de termijn van de verplichtingen van de Groep benadert. De berekening wordt uitgevoerd door een erkende actuaris. Eventuele actuariële winsten of verliezen worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen in de periode waarin deze zich voordoen.

(iii)

Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen worden opgenomen als een last wanneer de Groep zich op basis van een gedetailleerd formeel plan aantoonbaar heeft verbonden tot de beëindiging van het dienst­verband van een werknemer of een groep werknemers vóór de gebruikelijke pensioendatum, zonder realistische mogelijkheid tot intrekking van dat plan. Dit is tevens het geval als de Groep ontslagvergoedingen aanbiedt en zo (een groep) werknemers stimuleert vrijwillig te vertrekken. Ontslagvergoedingen voor vrijwillig ontslag worden opgenomen als een last als de Groep een aanbod heeft gedaan tot vrijwillig ontslag, als het waarschijnlijk is dat dit aanbod zal worden aangenomen en als het aantal werknemers dat van het aanbod gebruik zal maken betrouwbaar kan worden bepaald. Als ontslagvergoedingen meer dan twaalf maanden na afloop van de verslagdatum betaalbaar zijn, dan worden deze gedisconteerd tot hun contante waarde.

(iv)

Kortetermijn personeelsbeloningen

Korte termijn personeelsbeloningen worden zonder contant making gewaardeerd en opgenomen wanneer de daarmee verband houdende dienst wordt verricht. Er wordt een verplichting verantwoord voor het bedrag dat naar verwachting ten gevolge van een kort termijn bonus in contanten of een winstdelingsregeling zal worden uitbetaald indien de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van de verstreken diensttijd van werknemers en indien deze verplichting betrouwbaar kan worden bepaald.

(l)

Overige voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een gebeurtenis in het verleden en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt, en het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is. Voorzieningen worden bepaald door de verwachte toekomstige kasstromen contant te maken op basis van een disconteringsvoet vóór belasting die een afspiegeling is van de actuele markttaxaties van de tijdswaarde van geld en van de specifieke risico’s met betrekking tot de verplichting. De oprenting van de voorziening wordt verwerkt als financieringslast.

(m)

Netto-omzet

(i)

Verkoop van goederen

Netto-omzet uit de verkoop van goederen worden opgenomen tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van opbrengsten alsmede handels- en volumekortingen. Netto-omzet uit de verkoop van goederen worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt wanneer overtuigend is gebleken, veelal in de vorm van een uitgevoerde verkoopovereenkomst, dat de wezenlijke risico’s en voordelen van eigendom aan de klant zijn overgedragen, de hiermee verband houdende kosten of eventuele retouren van goederen betrouwbaar kunnen worden ingeschat, er geen sprake is van aanhoudende zeggenschap over of betrokkenheid bij de goederen, en de omvang van de opbrengsten betrouwbaar kan worden bepaald. Als het waarschijnlijk is dat er korting zal worden verleend en deze op betrouwbare wijze kan worden bepaald, wordt de korting opgenomen als een vermindering van de opbrengsten bij de verwerking van de verkopen.

De overdracht van risico’s en voordelen geldt op het moment dat overdracht van de goederen aan de klant heeft plaatsgevonden.

(ii)

Huuropbrengsten

Huuropbrengsten uit de (onder-)verhuur van vastgoed worden opgenomen onder overige bedrijfsopbrengsten.

(iii)

Service fees

Service fees betreffen de opbrengsten van leveren van zorgprogramma’s en worden opgenomen onder overige bedrijfsopbrengsten.

(iv)

Kosten

Kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

(n)

Leasebetalingen

Leasebetalingen uit hoofde van operationele leasing worden lineair over de leaseperiode in de winst-en-verliesrekening opgenomen.

De minimale leasebetalingen uit hoofde van een financiële lease worden deels als financierings­kosten opgenomen en deels als aflossing van de uitstaande verplichting. De financieringskosten worden zodanig aan iedere periode van de totale leasetermijn toegerekend dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet over het resterende saldo van de verplichting.

Vaststelling of een overeenkomst een leaseovereenkomst bevat

Bij aanvang van een overeenkomst bepaalt de Groep of deze overeenkomst een lease­overeenkomst is of bevat. Een bepaald actief is onderhevig aan een lease als de nakoming van de overeenkomst afhankelijk is van het gebruik van dit specifiek actief. Er is sprake van een overeenkomst die het recht op het gebruiksrecht op het actief aan de Groep verleent als de overeenkomst het recht verleent om het gebruik van het onderliggende actief te bepalen.

Bij de aanvang of herbeoordeling van de overeenkomst scheidt de Groep betalingen en overige door de overeenkomst vereiste vergoedingen in betalingen voor het lease-element van de overeenkomst en betalingen voor de overige elementen, op basis hun relatieve reële waarden. Indien de Groep concludeert dat het praktisch niet haalbaar is om de betalingen betrouwbaar te scheiden, worden een actief en een verplichting opgenomen voor een bedrag dat gelijk is aan de reële waarde van het onderliggende actief. Daarna wordt de verplichting verminderd naarmate betalingen worden gedaan en worden impliciete financieringskosten met betrekking tot de verplichting opgenomen, op basis van de marginale rentevoet van de Groep.

(o)

Financieringsbaten en -lasten

Financieringsbaten omvatten de rentebaten op geïnvesteerde gelden.

Financieringslasten omvatten de rentelasten op opgenomen gelden en de oprenting van voorzie­ningen.

Overige financiële resultaten omvatten resultaten samenhangend met IAS 19 (personeelsbeloningen), waardevermindering vorderingen op verbonden partijen en voorwaardelijke vergoedingen in bedrijfscombinaties.

(p)

Winstbelasting

Winstbelasting omvat de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelastin­gen en uitgestelde winstbelastingen. De verschuldigde en uitgestelde winstbelasting wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking heeft op een bedrijfscombinatie.

De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, berekend aan de hand van belasting­tarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.

Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten. Latente belastingverplichtingen worden niet opgenomen voor:

  • tijdelijke verschillen die verband houden met de eerste opname van activa of verplichtingen in een transactie die geen bedrijfscombinatie betreffen en noch de commerciële noch de fiscale winsten of verliezen beïnvloeden;
  • belastbare tijdelijke verschillen die voortvloeien uit de eerste opname van goodwill voor zover het goodwill betreft die niet fiscaal afschrijfbaar is.

Latente belastingverplichtingen worden gewaardeerd met behulp van de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zullen zijn bij terugname van de tijdelijke verschillen, op basis van de wetten die per verslagdatum zijn vastgesteld of materieel zijn vastgesteld.

Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd als er een wettelijk afdwingbaar recht bestaat om de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen en deze vorderingen en verplichtingen samenhangen met door dezelfde belastingautoriteit opgelegde winstbelasting aan dezelfde belasting verschuldigde entiteit, dan wel op verschillende belasting verschuldigde entiteiten die voornemens zijn de verschuldigde belastingvorderingen en -verplichtingen te salderen of waarvan de belastingvorderingen en -verplichtingen gelijktijdig worden gerealiseerd.

Er wordt een latente belastingvordering voor onbenutte fiscale verliezen, belastingbaten en aftrekbare tijdelijke verschillen opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst belastbare winsten beschikbaar zullen zijn waartegen deze kunnen worden afgezet. Latente belastingvorderingen worden per iedere verslagdatum herzien en verlaagd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel zal worden gerealiseerd.

 

(q)

Gesegmenteerde informatie

Een operationeel segment is een onderdeel van de Groep dat bedrijfsactiviteiten uitvoert die kunnen resulteren in opbrengsten en kosten, waaronder opbrengsten en kosten in verband met transacties met de andere onderdelen van de Groep. Alle operationele resultaten van een operationeel segment worden periodiek beoordeeld door de groepsdirectie ten behoeve van de besluitvorming over de toekenning van middelen aan het segment en ter beoordeling van de prestatie, op basis van beschikbare aparte financiële informatie.

De aan de groepsdirectie gerapporteerde resultaten per operationeel segment omvatten posten die rechtstreeks, dan wel op basis van redelijkheid aan het segment kunnen worden toegerekend. Niet-toegerekende posten bestaan voornamelijk uit bedrijfsactiva (met name het hoofdkantoor van de Vennootschap), kosten van het hoofdkantoor, belastingvorderingen en -verplichtingen.

De investeringsuitgaven van een segment betreffen het totaal van de in het boekjaar gemaakte kosten voor de verwerving van materiële activa en van immateriële activa behoudens goodwill.

De Vennootschap maakt gebruik van vrijstelling voor segmentatie van haar jaarrekening aangezien IFRS 8 (segmentatie) alleen van toepassing is op de jaarrekeningen van entiteiten waarvan de schuld of eigen-vermogensinstrumenten worden verhandeld op een openbare markt.

(r)

Standaarden die zijn gepubliceerd maar nog niet van kracht zijn

De onderstaande standaarden en interpretaties waren op de datum van publicatie van de jaarrekening van de Groep uitgegeven maar nog niet van kracht. De Groep is van plan deze standaarden en interpretaties toe te passen zodra deze van toepassing zijn.

  • IFRS 9 (Financiële instrumenten), van kracht per 1 januari 2018
  • IFRS 15 (opbrengsten uit contracten met klanten), met inbegrip van Wijzigingen in IFRS 15, van kracht per 1 januari 2018
  • Wijzigingen in IAS 7 (kasstroomoverzicht) – Informatie over wijzigingen in financieringsverplichtingen, van kracht per 1 januari 2017
  • Wijzigingen in IAS 12 (winstbelastingen) – Verantwoording van uitgestelde belastingvorderingen voor ongerealiseerde verliezen, van kracht per 1 januari 2017
  • IFRS 2 (Op aandelen gebaseerde betalingen), classificatie en wijzigingen op aandelen gebaseerde betalingen, van kracht per 1 januari 2018
  • IFRS 16 (lease), van kracht per 1 januari 2019
  • IFRS 7 en IFRS 9 verplichte ingangsdatum en overgang informatieverschaffing, van kracht per 1 januari 2018
  • IFRS 9, IFRS 7 en IAS 39 wijzigingen in Hedge Accounting , van kracht per 1 januari 2018
  • IFRS 10 en IAS 28 – verkoop of acquisitie van activa tussen een investeerder en de geassocieerde deelneming of Joint Venture, van kracht per 1 januari 2018

De groep is de impact van wijzigingen in IFRS 15 en 16 aan het onderzoeken en kwantificeren. De verwachting is dat de wijzigingen in IFRS 15 een impact zullen hebben op de toelichting bij de jaarrekening. De verwachting is dat de wijzigingen in IFRS 16 impact zullen hebben op de cijfers van de groep. Voor de overige standaarden beoordeelt de Groep op dit moment nog de impact, naar alle verwachting zullen deze minimaal zijn.

noot
4

Bepaling reële waarde

De Groep waardeert financiële instrumenten en niet-financiële activa per balansdatum tegen reële waarde. De reële waarde is de prijs die zou worden ontvangen om een actief te verkopen of die zou worden betaald om een verplichting over te dragen in een regelmatige transactie tussen marktdeelnemers op de waarderingsdatum. Bij een waardering tegen reële waarde wordt ervan uitgegaan dat de transactie om het actief te verkopen of de verplichting over te dragen plaatsvindt: op de belangrijkste markt voor het actief of de verplichting; of als er geen belangrijkste markt is, op de voordeligste markt voor het actief of de verplichting. Indien de reële waarde afwijkt van de boekwaarde wordt dit in de betreffende paragraaf worden vermeld.

De Groep dient toegang te hebben tot de belangrijkste of voordeligste markt. De reële waarde van een actief of een verplichting wordt bepaald met behulp van de veronderstellingen waarvan marktdeelnemers zouden uitgaan bij het waarderen van het actief of de verplichting, in de veronderstelling dat marktdeelnemers in hun economisch belang handelen. Bij de waardering van een niet-financieel actief tegen reële waarde wordt rekening gehouden met het vermogen van een marktdeelnemer om economische voordelen te genereren door het actief maximaal en optimaal te gebruiken of door het te verkopen aan een andere marktdeelnemer die het actief maximaal en optimaal zou gebruiken. De Groep gebruikt waarderingstechnieken die in de gegeven omstandigheden geëigend zijn en waarvoor voldoende gegevens beschikbaar zijn om de reële waarde te bepalen, waarbij zo veel mogelijk relevante waarneembare inputs en zo weinig mogelijk niet-waarneembare inputs worden gebruikt.

Alle activa en verplichtingen ten aanzien waarvan de reële waarde wordt bepaald of in de jaarrekening wordt vermeld, worden in de in het navolgende beschreven reële waarde hiërarchie ingedeeld, op basis van de input van het laagste niveau die significant is voor de gehele waardering:

  • Niveau 1 – genoteerde (niet-aangepaste) prijzen op actieve markten voor identieke activa of verplichtingen;
  • Niveau 2 – waarderingstechnieken waarvoor de input van het laagste niveau dat voor de waardering tegen reële waarde significant is, direct of indirect waarneembaar is;
  • Niveau 3 – waarderingstechnieken waarvoor de input van het laagste niveau dat voor de waardering tegen reële waarde significant is, niet waarneembaar is.

Voor activa en verplichtingen die op terugkerende basis in de jaarrekening worden opgenomen, stelt de Groep aan het einde van iedere verslagperiode vast of door herbeoordeling sprake is wijzigingen in de niveau-indeling van de hiërarchie (op basis van de input van het laagste niveau die significant is voor de gehele waardering).

(i)

Materiële vaste activa

De reële waarde van materiële vaste activa die ten gevolge van een bedrijfscombinatie zijn opgenomen, zijn voor onroerende zaken getaxeerd door een vastgoed specialist die de waarde heeft bepaald waartegen het onroerend goed op de verwervingsdatum kan worden verhandeld tussen een tot een transactie bereid zijnde koper en verkoper in een zakelijke, objectieve transactie voorafgegaan door gedegen onderhandeling waarbij de partijen goed geïnformeerd waren. De reële waarde van materiële vaste activa en inventaris is gebaseerd op marktprijzen en kostprijzen en bepaald met behulp van de genoteerde marktprijzen van vergelijkbare activa en artikelen voor zover deze beschikbaar zijn en, waar van toepassing, met behulp van vervangingskosten. In de schatting van de afschrijvingen op vervangingskosten wordt rekening gehouden met correcties voor zowel fysieke slijtage als functionele en economische veroudering.

(ii)

Vastgoedbeleggingen

De reële waarde van vastgoedbeleggingen die ten gevolge van een bedrijfscombinatie zijn opgenomen, zijn voor onroerende zaken getaxeerd door een vastgoed specialist die de waarde heeft bepaald waartegen het onroerend goed op de verwervingsdatum kan worden verhandeld tussen een tot een transactie bereid zijnde koper en verkoper in een zakelijke, objectieve transactie voorafgegaan door gedegen onderhandeling waarbij de partijen goed geïnformeerd waren. De reële waarde van vastgoedbeleggingen is gebaseerd op marktprijzen en kostprijzen en bepaald met behulp van de genoteerde marktprijzen van vergelijkbare activa voor zover deze beschikbaar zijn en, waar van toepassing, met behulp van vervangingskosten. In de schatting van de afschrijvingen wordt rekening gehouden met correcties voor zowel fysieke slijtage als functionele en economische veroudering.

(iii)

Immateriële activa

De reële waarde van andere immateriële activa is gebaseerd op de verwachte contante waarde van de kasstroom uit het gebruik en de eventuele verkoop van de activa.

(iv)

Voorraden

De reële waarde van voorraden die als onderdeel van een bedrijfscombinatie zijn verworven, wordt bepaald op basis van de geschatte verkoopprijs in het kader van de normale bedrijfs­voering, verminderd met de geschatte verkoopkosten, plus een redelijke winstmarge waarin de verkoopinspanning tot uitdrukking komt.

(v)

Handels- en overige vorderingen

De reële waarde van handels- en overige vorderingen wordt tegen de contante waarde van de toekomstige kasstromen geschat, die op hun beurt worden gedisconteerd tegen de marktrente per verslagdatum. Deze reële waarde wordt bepaald ten behoeve van de informatieverschaffing dan wel als de handels- en overige vorderingen via een bedrijfscombinatie worden verworven.

noot
5

Financieel risicobeheer

(a)

Overzicht

De Groep is uit hoofde van het gebruik van financiële instrumenten blootgesteld aan de volgende risico’s:

  • kredietrisico
  • liquiditeitsrisico
  • marktrisico

In dit onderdeel van de toelichting wordt informatie gegeven over de blootstelling van de Groep aan elk van de hierboven genoemde risico’s, de doelstellingen, grondslagen en procedures van de Groep voor het beheren en meten van deze risico’s alsmede het kapitaalbeheer van de Groep. Daarnaast zijn in deze geconsolideerde jaarrekening nadere kwantitatieve toelichtingen opgenomen. Er zijn ten opzichte van vorig jaar geen wijzigingen in het beleid en de beheersing van de Groep ten aanzien van deze risico’s.

(b)

Risicobeheerkader

Het risicobeleid van de Groep heeft als doel de risico’s waarmee de Groep zich geconfronteerd ziet in kaart te brengen en te analyseren, passende risicolimieten en -controles te bepalen om de risico’s en naleving van de limieten te bewaken. Beleid en systemen voor risicobeheer worden regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast aan veranderingen in de marktomstandigheden en de activiteiten van de Groep. De Groep streeft ernaar om door middel van haar standaarden en procedures met betrekking tot training en management een gedisciplineerde en constructieve beheersingsomgeving te ontwikkelen waarin alle werknemers hun rol en ook hun verplichtingen begrijpen.

(c)

Kredietrisico

Kredietrisico beschrijft het risico dat een partij bij een financieel instrument niet aan zijn contractuele verplichtingen kan voldoen en dus een financieel verlies voor de Vennootschap veroorzaakt. Kredietrisico omvat zowel het directe risico op wanbetaling en het risico dat de kredietwaardigheid van de tegenpartij zal verslechteren, evenals de concentratie van risico’s.

De maximale blootstelling van de activa aan kredietrisico is gelijk aan de boekwaarde van elke categorie van activa. Het niveau van kredietrisico uit operationele activiteiten wordt bewaakt en in toom gehouden door een debiteurenbeheer systeem. Het risico van wanbetaling wordt laag geschat voor de Vennootschap omdat onze voornaamste klanten (apothekers, apotheekhoudende huisartsen en zieken- en verpleeghuizen) over het algemeen een goede kredietwaardigheid hebben. Ondanks een aantal grotere klanten, is onze klantbasis breed gespreid met kleine hoeveelheden van vorderingen toe te rekenen aan elk individu of entiteit. Het maximale kredietrisico is gelijk aan de boekwaarde van elk financieel instrument op de balans en betreft de volgende posten:

   
    In duizenden euro’s 2016/17 2015/16  
18   Leningen aan geassocieerde deelnemingen 5.541 7.011  
22   Vorderingen op verbonden partijen 10.543 11.495  
22   Overige vorderingen 38.236 27.991  
22   Handelsvorderingen 204.129 109.886  
    Maximaal kredietrisico 258.449 156.383  
 
   
(d)

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep problemen krijgt om te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van in contanten of andere financiële activa af te wikkelen financiële verplichtingen. De uitgangspunten van het liquiditeitsrisicobeheer zijn dat er voor zover mogelijk voldoende faciliteiten worden aangehouden om te kunnen voldoen aan de huidige en toekomstige financiële verplichtingen, in normale en moeilijke omstandigheden, en zonder dat daarbij onaanvaardbare verliezen worden gelopen of de reputatie van de Groep in gevaar komt. Als onderdeel van PHOENIX Pharmahandel GmbH & Co KG heeft de Groep beschikking over een leningsfaciliteit. De te betalen rente bedraagt EURIBOR plus 318,0 basispunten.

De verwachte kasstromen van de financiële verplichtingen per 31 januari 2016, inclusief de rentebetalingen, zijn als volgt:

   
    Boekwaarde Verwachte kasstroom Direct opeisbaar 0-3 mnd 3-6 mnd 6-12 mnd Meer dan
1 jaar
 
    Langlopende leningen van verbonden partijen 20.000 21.272 159 159 318 20.636  
    Handelscrediteuren en overige kortlopende schulden, exclusief rente 156.301 156.301 156.301  
     
    Totaal financiële verplichtingen 176.301 177.573 156.460 159 318 20.636  
 
   

De verwachte kasstromen van de financiële verplichtingen per 31 januari 2017, inclusief de rentebetalingen, zijn als volgt:

   
    Boekwaarde Verwachte kasstroom Direct opeisbaar 0-3 mnd 3-6 mnd 6-12 mnd Meer dan
1 jaar
 
    Langlopende leningen van verbonden partijen 282.735 300.717 2.248 2.248 4.495 291.726  
     
    Kortlopende leningen van banken 1.422 1.422 1.422  
    Koopsomverplichting 500 500 500  
    Handelscrediteuren en overige kortlopende schulden, exclusief rente 288.508 288.508 288.508  
    Totaal financiële verplichtingen 573.165 591.147 292.678 2.248 4.495 291.726  
 
   
(e)

Marktrisico

Marktrisico betreft het risico dat de inkomsten van de Groep nadelig worden beïnvloed door veranderingen in marktprijzen, zoals valutakoersen, rentetarieven en aandelenkoersen. Het beheer van het marktrisico heeft tot doel de marktrisicopositie binnen aanvaardbare grenzen te houden bij een optimaal rendement.

(i)

Renterisico

Renterisico’s ontstaan als gevolg van mogelijke veranderingen in de marktrente en kan tot een verandering in de reële waarde leiden in het geval van vastrentende financiële instrumenten en aan de schommelingen leiden in het belang van de betalingen in het geval van variabele rentedragende financiële instrumenten. De Groep heeft zich niet ingedekt tegen schommelingen in de marktrente vanwege de sterke eigen-vermogenspositie en daarmee worden de gevolgen van deze risico’s beperkt geacht.

Indien de rentepercentages met 1% zouden toenemen, zou dit leiden tot een extra financieringslast van circa EUR 2,8 miljoen.

(ii)

Valutarisico

Valutarisico’s zijn voor de Groep nagenoeg nihil aangezien de activiteiten zich voornamelijk concentreren in Nederland.

(iii)

Overige marktprijsrisico's

Prijsrisico’s zijn relevant voor de Groep aangezien de vergoedingssystematiek voor genees- en medische middelen in belangrijke mate door de overheid en verzekeraars bepaald wordt. De Groep houdt per artikelgroep de marges in de gaten en gaat hierover in overleg met de verantwoordelijke instanties om margeverlies te beperken en waar mogelijk te verbeteren en te optimaliseren.

(f)

Kapitaalbeheer

Het beleid van de groepsdirectie is gericht op de handhaving van een sterke vermogens-positie waarmee het vertrouwen van aandeelhouders, crediteuren en de markten kan worden behouden en de toekomstige ontwikkeling van de bedrijfsactiviteiten kan worden zeker gesteld. Kapitaal bestaat uit aandelenkapitaal, agio, statutaire reserve, overige reserves en het resultaat over het lopende boekjaar. De groepsdirectie bewaakt behalve het rendement op het eigen vermogen ook het niveau van het aan gewone aandeelhouders uit te keren dividend.

De verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen aan het einde van de verslagperiode was als volgt:

   
    In duizenden euro’s 2016/17 2015/16  
    Totale verplichtingen 631.610 204.186  
    Af: Geldmiddelen en kasequivalenten 2.964 962  
    Netto schuld 628.646 203.224  
    Totaal eigen vermogen 429.529 267.624  
    Verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen per 31 januari 146% 76%  
 
   
noot
6

Activa aangehouden voor de verkoop en verplichtingen samenhangend met activa aangehouden voor verkoop

De activa aangehouden voor verkoop en de verplichtingen samenhangend met activa aangehouden voor verkoop per 31 januari 2017 hebben betrekking op de verkoop van apotheken in het kader van de voorwaarden gesteld door de Autoriteit Consument en Markt in het kader van de overname van Mediq Apotheken Nederland.

 

Activa aangehouden voor verkoop

   
    In duizenden euro’s 2016/17 2015/16  
    Goodwill 5.529  
    Materiële vaste activa 722  
    Geassocieerde deelnemingen 653  
    Voorraden 686  
    Geldmiddelen en kasequivalenten 29  
    Activa aangehouden voor verkoop 7.619  
 
   

 

 

 

Verplichtingen samenhangend met activa aangehouden voor verkoop

   
    In duizenden euro’s 2016/17 2015/16  
    Personeelsgerelateerde verplichtingen 471  
    Verpl.samenhangend met activa aangehouden voor verkoop 471  
 
   
noot
7

Acquisities en desinvesteringen van dochterondernemingen en minderheidsbelangen

Het volgende is een beschrijving van de acquisities en desinvesteringen die hebben plaatsgevonden gedurende het boekjaar 2016/17 en de effecten van acquisities en desinvesteringen gedurende het boekjaar 2015/16.

Op de acquisities is purchase accounting uitgevoerd in overeenstemming met de overname methode overeenkomstig IFRS 3 ‘Bedrijfscombinaties’.

(a)

Acquisities van dochterondernemingen en activiteiten in het huidige boekjaar

(i)

Overname Mediq Apotheken Nederland

Op 9 december 2014 heeft de Groep de voorgenomen overname van Mediq Apotheken Nederland bekend gemaakt, waarna op 2 februari 2015 er door de Groep een Sales And Purchase Agreement is getekend. Uiteindelijk heeft de ACM op 14 juni 2016 haar goedkeuring gegeven voor deze overname waarna Mediq Apotheken Nederland officieel per 16 juni 2016 geacquireerd werd en Brocacef Groep de control kreeg over Mediq Apotheken Nederland. Mediq Apotheken Nederland omvat tal van ondernemingen, genoemd in noot 34. De ondernemingen van Mediq Apotheken Nederland exploiteren activiteiten in lijn met de activiteiten van Brocacef waaronder een apotheekketen, farmaceutische groothandel, central en local filling activiteiten en baxtering. De overname is de beste optie om de positieve ontwikkeling van de activiteiten verder te stimuleren in de Nederlandse farmaceutische markt. De nieuwe combinatie is een toonaangevende partij in Nederlandse farmaceutische markt met een fijnmazig netwerk van apotheken in het hele land. Door het bundelen van de krachten van het ondernemerschap van Brocacef en de innovatiekracht van Mediq Apotheken Nederland kunnen consumenten profiteren van goede, bereikbare en betaalbare zorg en kunnen innovatieve farmaceutische zorgprogramma’s versneld worden ontwikkeld. De Groep voorziet mogelijkheden om de activiteiten te combineren en om zo synergetische voordelen te behalen en tevens om bereikbare en betaalbare zorg te kunnen blijven leveren.

Op 14 juni 2016 heeft ACM haar goedkeuring gegeven, maar aan deze goedkeuring zijn door ACM zware voorwaarden gesteld. Naast de verplichte verkoop van Mediq Distrimed B.V. en 38 remedies (30 in volledige eigendom, 3 meerderheidsapotheken en 5 apotheken waar de Groep een belang van 50% of minder had) werd de Groep ook gedwongen afscheid te nemen van een groot aantal franchisers en een groothandelsverbod van twee jaar voor al deze remedies.

Vanaf het moment van acquisitie tot en met 31 januari 2017 bedroeg de bijdrage van de overgenomen activiteiten aan de omzet ongeveer EUR 670 miljoen en de bijdrage aan het bedrijfsresultaat ongeveer EUR 11 miljoen. Wanneer de overgenomen activiteiten per 1 februari 2016 zouden zijn opgenomen, zou de bijdrage aan de omzet ongeveer EUR 960 miljoen hebben bedragen en aan het bedrijfsresultaat ongeveer EUR 18 miljoen (exclusief eenmalige kosten en synergie voordelen).

(ii)

Identificeerbare verworven activa en aangegane verplichtingen

De reële waarden van de verworven activa en aangegane verplichtingen waren op het moment van acquisities als volgt:

   
    In duizenden euro’s Reële waarde  
14   Materiële vaste activa 32.815  
16   Vastgoedbeleggingen 1.215  
17   Immateriële activa 16.482  
18   Geassocieerde deelnemingen 4.652  
    Voorraden 45.447  
    Kortlopende handels- en overige vorderingen 126.290  
    Geldmiddelen en kasequivalenten 66.261  
    Leningen (179.520)  
    Overige financieringsverplichtingen (490)  
    Latente belastingverplichting (5.317)  
    Handelsschulden en overige te betalen posten (128.773)  
    Saldo van identificeerbare activa en verplichtingen (20.938)  
    Uitstroom liquide middelen als gevolg van acquisitie (296.954)  
    Minderheidsbelang (2.223)  
    Geldmiddelen en kasequivalenten (66.261)  
17   Goodwill 386.376  
 
   

De handelsvorderingen bestaan uit bruto contractuele vorderingen van EUR 72,3 miljoen, waarvan EUR 0,8 miljoen op overnamedatum naar verwachting oninbaar was.

De acquisitie van Mediq Apotheken Nederland is op basis van de overnamemethode verwerkt per de overnamedatum. De Groep waardeert de goodwill per de overnamedatum als:

  • de reële waarde van de overgedragen vergoeding; plus
  • het opgenomen bedrag van eventuele minderheidsbelangen in de overgenomen partij; plus
  • indien de bedrijfscombinatie in fasen plaatsvindt, de reële waarde van het voorafgaande belang in de overgenomen partij; verminderd met
  • de reële waarde (over het algemeen het nettobedrag) van de identificeerbare verworven activa en aangegane verplichtingen

Door de Groep gemaakte transactiekosten in verband met de acquisitie zijn opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

(iii)

Goodwill

Voor de overname van Mediq Apotheken Nederland is een vergoeding betaald voor overgenomen geïdentificeerde activa en verplichtingen. Daarnaast is een vergoeding betaald voor de locatie, de expertise van het aanwezige management en toekomstige demografische ontwikkelingen. Als deze immateriële posten identificeerbaar zijn, zijn deze opgenomen als immaterieel actief op de balans. De betaalde vergoeding voor de acquisitie bedroeg EUR 363,2 miljoen.

De waarde van immateriële activa die niet op de balans geïdentificeerd kunnen worden, zoals de locatie of de kwaliteit van het zittende management, zijn onderdeel van de post goodwill. Tevens heeft de goodwill betrekking op niet direct aan de overgenomen onderneming gelieerde aspecten, zoals demografische ontwikkelingen, voor zover deze naar verwachting bij gaan dragen aan de te realiseren kasstroom. De opgenomen goodwill is naar verwachting niet fiscaal aftrekbaar.

(iv)

Verkregen meerderheidsbelangen

Met de acquisitie van Mediq Apotheken Nederland heeft de Groep het belang gekregen in 20 meerderheidsbelangen, zoals vermeld in noot 34.

Als gevolg van de verkregen meerderheidsbelangen is er in het eigen vermogen (pagina 32/33) een belang derden opgenomen van EUR 2,2 miljoen. Het belang derden is overeenkomstig aan de waardering van Mediq Apotheken Nederland opgenomen, waarbij de verworven activa naar reële waarden zijn geherwaardeerd en aangegane verplichtingen zijn opgenomen.

(v)

Verkregen minderheidsbelangen

Met de acquisitie van Mediq Apotheken Nederland heeft de Groep het belang gekregen in 8 joint ventures en minderheidsbelangen, zoals vermeld in noot 34.

Als gevolg van de verkregen minderheidsbelangen zijn de geassocieerde deelnemingen en vorderingen (noot 18) toegenomen met EUR 4,7 miljoen. De minderheidsbelangen zijn bepaald aan de hand van de contante waarde van de toekomstig te verwachten kasstromen.

 

(vi)

Financiering

De vergoeding voor de acquisitie en de aflossing van de overgenomen lening (EUR 179,5 miljoen) zijn gefinancierd middels een agiostorting door de aandeelhouders van EUR 150,0 miljoen en een door PHOENIX PIB Dutch Holding BV verstrekte lening van EUR 392,7 miljoen. Anderzijds zijn de verkregen liquide middelen (EUR 66,2 miljoen) gebruikt om de door PHOENIX PIB Dutch Holding BV verstrekte lening deels af te lossen.

De uitstroom van liquide middelen als gevolg van de acquisitie van Mediq Apotheken Nederland zijn verantwoord onder de netto kasstroom uit investeringsactiviteiten.

De uitstroom liquide middelen als gevolg van acquisitie is als volgt:

   
    EUR  
    Betaalde overgedragen vergoedingen 363.215  
    Verkregen liquide middelen (66.261)  
    Uitstroom liquide middelen als gevolg van acquisitie 296.954  
 
   
(b)

Desinvesteringen van dochterondernemingen en afstoten van activiteiten in het huidige boekjaar

Van de 30 in volledige eigendom zijnde apotheken die verkocht moesten worden als voorwaarde van de ACM waren er per einde boekjaar ook daadwerkelijk 21 apotheken verkocht. De verkoop van deze apotheken heeft geresulteerd in een boekresultaat van EUR 2,9 miljoen. Daarnaast is een andere apotheek, welke in volledige eigendom was, verkocht waarmee een boekresultaat van EUR 0,2 miljoen is behaald.

De in totaal 22 verkochte apotheken hebben gedurende het boekjaar 2016/17 voor EUR 33,6 miljoen bijgedragen in de omzet en voor EUR 1,6 miljoen in het bedrijfsresultaat.

(c)

Desinvesteringen van meerderheidsbelangen in het huidige boekjaar

Van de drie apotheken waarin de Groep een meerderheidsbelang had en die verkocht moesten worden als voorwaarden van de ACM was er per einde boekjaar één verkocht. De verkoop van deze apotheken heeft niet geresulteerd in een boekresultaat.

De verkochte apotheek heeft gedurende het boekjaar 2016/17 voor EUR 1,7 miljoen bijgedragen in de omzet en voor EUR 0,2 miljoen in het bedrijfsresultaat.

(d)

Desinvesteringen van minderheidsbelangen in het huidige boekjaar

Van de vijf apotheken waarin de Groep een minderheidsbelang had en die verkocht moesten worden als voorwaarde van de ACM waren er per einde boekjaar ook daadwerkelijk drie apotheken verkocht. De verkoop van deze apotheken heeft niet geresulteerd in een boekresultaat.

(e)

Acquisities van dochterondernemingen en activiteiten in het voorgaande boekjaar

Gedurende het boekjaar 2015/16 zijn de activiteiten overgenomen van een apotheekbedrijf met 2 apotheken en 4 uitdeelposten. Als gevolg van deze overnames nam de (externe) omzet ten opzichte van 2015/16 naar schatting toe met EUR 2,5 miljoen. Op het bedrijfsresultaat hadden deze acquisities een positief effect van naar schatting EUR 0,2 miljoen.